Oud Leuven

Oud Leuven: #5 S. Quintens kerck

Naam op de kaart: S. Quintens kerck
Andere oude namen: ecclesia Sancti Quintini de Hovis
Huidige naam: Sint-Kwintenskerk

De Sint-Kwintenskerk in Leuven is een kerk in Brabantse hooggotische stijl uit 1450. De kerk is gelegen aan de Naamsestraat, dicht bij de kruising met de ring van Leuven.

De oudste kerk in de wijk Ten Hove was een kapel in romaanse stijl waar nu enkel nog een torenbasis van bewaard is gebleven. Deze kapel was vermoedelijk uit de 11de eeuw, uit de tijd van Lambert I van Leuven. (Bron)

Op de ‘Waayberg,’ de heuvel waar zich de huidige gotische kerk bevindt, was er reeds omstreeks 1015 een kleine kapel en vanaf 1180 een maas-romaans kerkje toegewijd aan Sint Kwinten.
In 1252, toen Leuven met vier ‘buitenparochies’ werd uitgebreid, werd Sint-Kwintens een parochiekerk. Later werd ze vergroot en voorzien van een toren. Midden de 15de eeuw werd ze geleidelijk afgebroken en, op de toren na, vervangen door de huidige kerk. (Bron)

De oudste delen van de kerk zijn de onderste geledingen van de westtoren en de aanleunende zijbeuken, gebouwd in de eerste helft van de 13de eeuw. Uit vergelijkend onderzoek van de steenhouwtechnieken blijkt dat het koor van de huidige laatgotische kerk werd aangezet in het begin van de 15de eeuw en niet omstreeks 1450 zoals voordien werd aangenomen. (Bron)

In de 15de eeuw werd van 1440 tot 1450 de gotische kerk gebouwd die Justus Lipsius in zijn werk Lovanium uit 1605 zou beschrijven als de mooiste van de Leuvense kerken. Doordat de oorspronkelijke toren niet werd afgebroken, heeft het schip van de Sint-Kwintenskerk nooit de oorspronkelijk geplande lengte gekend. Een nieuwe toren werd pas in de 19de eeuw op de basis van de oude toren gebouwd. In 1937 werd de kerk bij Koninklijk Besluit beschermd als monument. Van 1967 tot 1970 werd de kerk grondig gerestaureerd. Daarbij werden in 1970 nieuwe glasramen geplaatst ontworpen door Michel Martens. (Bron)

Oud Leuven: #11 Iesuiten cloost. en collegie

Naam op de kaart: Iesuiten cloost. en collegie
Andere oude namen: –
Huidige naam: Sint-Michielskerk

De huidige Sint-Michielskerk staat op een vormalige Jezuïetenkerk, die op de oude kaart staat.

De eerste Jezuïeten kwam aan in Leuven in 1542, pas twee jaar na de stichting van de orde. Achter hun kerk op deze locatie stichtte ze ook een college, die tot ‘Collegium Veteranorum’ werd herbestemmt door de opheffing van de jezuïetenorde in 1773.

Een van de Zeven Wonders van Leuven: Het altaar buiten de kerk
De huidige Sint-Michielskerk is ontworpen door Pater Willem Van Hees/Hesius en gebouwd in de periode 1650-1671. (Bron) Pater Van Hees schiep een waar barok kunstwerk: “Deze kerk is, naer de eenparige getuigenis der reizigers, de schoonste van al de kerken welke de Jesuiten, niet slechts in België, maer tevens in geheel Europa en America, gesticht hebben“. De gelijkenis met een altaar zou zo frappant zijn —zelfs de H. Hostie is bovenaan afgebeeld— dat dit een waar ‘altaar buiten de kerk‘ is. Ook valt de kerk erg op tussen de vele gotische kerken van Leuven. (Bron)

Maar deze kerk is niet dezelfde Sint-Michielskerk, die een andere van de zeven wonderen van Leuven was. De oude romaanse Sint-Michielskerk stond naast en op de Hoelstraatpoort – vandaag op de Tiensestraat aan de ingang van de Sint-Donatuspark.

Oud Leuven: #7 Predicheeren Coll. Oratorium

Naam op de kaart: Predicheeren Coll. Oratorium
Andere oude namen: –
Huidige naam: Onze-Lieve-Vrouw-ten-Predikherenkerk

De Onze-Lieve-Vrouw-ten-Predikherenkerk is de oudste gotische kerk in Leuven. Het was ook een van de eerste gotische kerken van België. Op de locatie bevond zich voorheen een residentie van de hertogen van Brabant. De kerk was oorspronkelijk de kloosterkerk van de dominicanen, ook bekend als predikheren, vanwaar de naam van de kerk. Met de bouw van de kerk werd in 1234 begonnen. (Bron)

In het noorden kwam de grens van het kloosterdomein overeen met het tracé van de huidige Onze-Lieve-Vrouwstraat. Behalve de kerk is van het Leuvense dominicanenklooster een deel van de oostelijke kloostervleugel en een oostelijke annex die de straat overspant (Sint-Annastraat 2) overgebleven. De ligging en de omtrek van de kloostertuin is nog herkenbaar in de tuinen van de huizen aan de Onze-Lieve-Vrouw- en Sint-Annastraat, waarin zich nog verschillende bouwresten van het klooster bevinden. (Bron)

In de kerk bevindt zich onder andere edelsmeedwerk uit de 16e en 17e eeuw en een restant van het praalgraf van hertog Hendrik III van Brabant en zijn echtgenote Aleidis van Bourgondië (late 13e eeuw). Dit bevond zich in de hertogelijke kapel, in de meest oostelijk travee van de noordbeuk. In het begin van de 17de eeuw werd ze omgevormd tot kapel van de Rozenkrans en in 1764 zelfs geheel ontmanteld.

In de 19de en de 20ste eeuw was dit een parochiekerk. (Bron)

De restauratie was anno 2008 achter de rug en de kerk wordt gebruikt als auditorium van het Leuvense cultureel centrum 30CC. (Bron)

 

 

 

 

 

Oud Leuven: #9 Vrauwenbroeders Boogarden

Naam op de kaart: Vrauwenbroeders Boogarden
Andere oude namen: Sinte Viven Gasthuyse, Sint-Genovevagasthuis
Huidige naam: Miniemenklooster en -instituut

Er was misschien een fout in de kaart.
De Vrouwebroeders waren mannelijke leden van de kloosterorde van Onze-Lieve-Vrouwe van den Berg Karmel, dus Karmelieten. Maar er is nooit op deze locatie een Karmelietenklooster geweest.
Integendeel was de tweede deel van de naam juist: een begard is een mannelijke versie van een begijn. Er was hier in de jaren dertien-honderd een ‘bedehuis dat was opgetrokken door de heren van “Oppendorp” en ook toegankelijk was voor de omwonenden‘ (Bron)

Op de locatie van het instituut stonds reeds in 1356 een heiligdom voor Sint Généviève. Een kapel met hierin relieken is bewaard gebleven. (Bron)

De juiste stichtingsdatum van deze liefdadigheidsinstelling is onbekend; de oudste vermelding van gasthuis en kapel dateert van 1357. Volgens A. Meulemans echter bestond de kapel mogelijk reeds vroeger.

In 1545 werden de bezittingen samengevoegd met die van het Sint-Laurentiusgasthuis in de Brusselsestraat en werd het Sint-Genovevagasthuis gesloten. Heropend in 1564 op vraag van de officiaal van de bisschop van Luik, werd het echter in 1576, op de kapel na, opnieuw gesloten. In 1644 werden de gebouwen tijdelijk ter beschikking gesteld van Jacques Santvoort, doctor in de rechtsgeleerdheid en deken van het Sint-Jacobskapittel, die er een weeshuis in onderbracht en het complex in 1656 overdroeg aan de paters miniemen. Deze bedelorde was in 1435 door de Heilige Franciscus van Paula gesticht onder de naam eremieten van de Heilige Franciscus van Assisi in Calabrië. Vanuit hun moederklooster in Amboise breidde de orde zich snel uit over Frankrijk en Spanje en later ook naar de Zuidelijke Nederlanden. (Bron)

Het is ook belangrijk te merken dat de paters miniemen alleen NA de publicatie van de kaart naar deze locatie verhuisden. Tussen de hersluiting van het Sint-Genvevagasthuis in 1576 en het gebruik van de gebouwen door Santvoort in 1644, waren de Karmelieten daar?

 

Oud Leuven: #3 S. Gheertruydts kerck, Clooster, abdie

Naam op de kaart: S. Gheertruydts kerck, Clooster, abdie
Andere oude namen: –
Huidige naam: Sint-Geertruikerk, Sint-Geertruisabdij

De oorsprong van de Sint-Geertruiabdij gaat terug op een 12de-eeuwse kapel die in 1206 door hertog Hendrik I werd omgevormd tot een priorij van reguliere augustijner kanunniken. De nieuwe kerk van de priorij, waarvan de bouw kort na 1206 werd aangevat, werd in 1252 ook parochiekerk van de nieuw opgerichte Sint-Geertruiparochie, een van de parochies in de Leuvense binnenstad die was afgesplitst van de aloude Sint-Pietersparochie. Dankzij een schenking door hertog Jan I in 1298 werd de kerk verder uitgebouwd en het priorijdomein uitgebreid tot zijn definitieve oppervlakte op beide oevers van de Dijle. Belangrijke maar niet nader geïdentificeerde bouwwerken aan de priorijgebouwen worden toegeschreven aan prior Godefroid d’Udekem (prior 1307-1320); nieuwe bouwactiviteiten vonden plaats na een brand die in 1326 een groot deel van de bebouwing in de Sint-Geertruiparochie trof.

De site beslaat een rechthoek van circa 150 op 120 m, ingesloten door de Mechelsestraat in het westen, de Halfmaartstraat in het noorden en de Vaartstraat in het oosten. De zuidelijke begrenzing van het vroegere abdijdomein wordt gevormd door de Leibeek, in 1879-1882 overwelfd voor de aanleg van de Karel van Lotharingenstraat, en de Dijle. Die snijdt met een noordelijke afbuiging de site doormidden. Door de industriële bestemming van de site in de 19de eeuw, de ingrepen door kanunnik Thiéry voor en na de Eerste Wereldoorlog, de beschadiging door het bombardement van mei 1944 en de naoorlogse herstellingen, restauraties en renovaties is het vroegere gebouwenbestand onvolledig en sterk verbouwd bewaard gebleven. (Bron)

Een van de Zeven Wonders van Leuven: De toren zonder nagels
De kerk is bekend als een wonder van Leuven, omdat de toren volledig zonder nagels (d.i., zonder hout, volledig in steen) is opgetrokken. Deze torenspits valt op doordat hij helemaal opengewerkt is: men kijkt dwars door het stenen geraamte heen. Op de plaats van een oude vleugel van de abdij verrees na de Eerste Wereldoorlog onder impuls van professor-kanunnik Armand Thiery een vreemd aandoend samenraapsel van gerecycleerde gevels van huizen verwoest tijdens de oorlog. (Bron)

 

Oud Leuven: #1 S. Pieters kercke

Naam op de kaart: S. Pieters kercke
Andere oude namen: –
Huidige naam: Sint-Pieterskerk

De collegiale Sint-Pieterskerk is een rooms-katholieke kerk in Leuven, gebouwd in de stijl van de Brabantse gotiek. Aan het kerkgebouw werd in de loop van de 15e eeuw gewerkt door enkele beroemde laatgotische bouwmeesters, waaronder Sulpitius van Vorst, Jan II Keldermans en Matthijs de Layens. Hoewel er tot in de 17e eeuw aan de kerk werd gebouwd, bleef de Sint-Pieterskerk onvoltooid; met name de twee westtorens hebben nooit hun volle hoogte bereikt. Aan de patroonheilige van de kerk, de apostel Petrus, ontlenen de Leuvenaars hun bijnaam Peetermannen. (Bron)

Als oudste kerkelijke instelling van de stad bevindt de Sint-Pieterskerk zich halverwege de heuvelflank ten oosten van de Dijle. De oudste archeologisch geattesteerde kerk op de site dateert uit de vroege 11de eeuw en werd vermoedelijk gebouwd op initiatief van Lambert I, graaf van Leuven. De Sint-Pieterskerk kreeg in 1054 de status van collegiale kerk, nadat Lambert I in 1015 al zeven kanunniken aan de kerk had verbonden. Opgravingen uitgevoerd in 1950 na de beschadigingen van de Tweede Wereldoorlog brachten de resten van de romaanse Sint-Pieterskerk aan het licht. Schip en koor behoorden wellicht tot de 11de-eeuwse kerk; het transept, de westbouw met flankerende ronde traptorens en de oostelijke centraalbouw met crypte waren jongere toevoegingen. (Bron)

De kerk heeft zwaar geleden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ze werd het slachtoffer van een brand, die haar het dak kostte. Ook de barokke dakruiter van de Namense architect Denis-Georges Bayar werd daarbij verwoest. In de Tweede Wereldoorlog werd de kerk gebombardeerd. Veel kerkschatten zijn tijdens de beide oorlogen verloren gegaan. (Bron)

Hoe de kerk eruit zou zien als het godshuis helemaal was afgewerkt? Ongelooflijk indrukwekkend: De kerk zou zelfs de hoogste van de wereld zijn. Wat we vandaag zien, is gewoon de bodem van de drie geplande toren. Een van de torens is gerealiseerd, maar in de zestiende eeuw ingestort. (Bron)

 


Oud Leuven: #13 Charthreusen

Naam op de kaart: Charthreusen
Andere oude namen: –
Huidige naam: Kartuizerklooster, Kartuizerij

Het kartuizerklooster is een van de verborgen parels in Leuven. Verscholen achter een lange rij huizen bevinden zich de restanten van de vergane glorie van de Leuvense kloosterorde van de kartuizers, gesticht in de vijftiende eeuw.

Op 19 december 1486 kocht Woutier Watelet/Walter van Waterleet, kapelaan van hertog Karel de Stoute, scholaster aan de collegiale Sint-Goedelekerk te Brussel en kanunnik aan het kapittel van Sint-Pieter te Leuven, voor de som van 1100 florijnen het domein ‘Redingen’ aan. Dit landgoed dat Watelet/Waterleet overkocht van Renier Wytvliet was gelegen binnen de Leuvense stadsmuren, nabij de Sint-Jacobskerk en de huidige Tervuursevest. Met deze laat vijftiende-eeuwse transactie neemt de stichtingsgeschiedenis van het Leuvense kartuizerklooster een aanvang. (Bron)

Na de eerste restauraties verkocht Thiéry in 1917 het complex aan de kapucijnen die er in 1921 hun intrek namen. Zij hadden voordien hun klooster in de Schapenstraat te Leuven.

De K.U.Leuven kocht het 15de-eeuwse, beschermde pand en laat nu een studie uitvoeren naar hoe de site kan ingevuld en uitgebreid worden. De universiteit zou nieuwbouwblokken en een ondergrondse parking willen. Maar dat zien de buurtbewoners niet zitten. Ze richtten een actiecomité op en startten met een petitie die tot nu toe 656 handtekeningen opleverde. (Bron)